“Groei vraagt niet meer sturing, maar meer gesprek”

Groei vraagt niet meer sturing, maar meer gesprek Groei in een onderneming is vaak een spannend proces. Niet alleen in praktische zin, maar vooral ook in psychologische zin. Want waar groei is, is verandering. En waar verandering is, is vaak ook ongemak. Veel ondernemers beseffen niet dat hun grootste uitdaging niet zit in de strategie of structuur van hun organisatie, maar in zichzelf. Groei vraagt reflectie, vertrouwen, en het vermogen om oude patronen en routines los te laten – ook als die ooit succesvol waren.

• Antonie van Nistelrooij

• Marcel Kuhlmann
In hun boek Psychologie van Veranderen betogen Antonie van Nistelrooij en Marcel Kuhlmann dat verandering binnen organisaties geen technische exercitie is, maar vooral een sociaal en psychologisch proces. We veranderen niet door een plan op papier, maar door gesprekken, reflectie en het onderzoeken van ons eigen gedrag in relatie tot anderen. Organisaties bestaan uit mensen en hun onderlinge interacties. Als een ondernemer wil dat zijn of haar bedrijf verandert of groeit, begint dat bij het eigen handelen en communiceren.
“Veranderen gebeurt in interactie, niet in plannen”
Van ‘doen’ naar ‘laten gebeuren’
Een valkuil voor veel ondernemers is dat ze verandering benaderen alsof het een probleem is dat opgelost moet worden. Dit noemen we een technisch- rationele benadering: je maakt een plan, voert het uit en meet het resultaat. Maar juist als het gaat om samenwerken, cultuur en het integreren van nieuwe collega’s werkt dit zelden. Zulke vraagstukken zijn adaptief: ze vragen niet om een oplossing, maar om een gesprek. Dat vraagt van de ondernemer dat deze zichzelf kwetsbaar opstelt. In plaats van alle antwoorden te geven, durven te vragen: ‘Wat speelt er voor jou? Wat hebben we nodig om samen verder te komen?’ Dat vraagt om het anders omgaan met een soms diep ingesleten behoefte aan ‘grip’ en controle. Het gaat om het vertrouwen op de collectieve intelligentie van het team in plaats van reflexmatig denken en handelen vanuit een doorgeschoten verantwoordelijkheidsbesef.
Oude patronen doorbreken
Groei betekent vaak: doen wat je nog niet eerder hebt gedaan. Dat is lastig, zeker wanneer je gewend bent geraakt aan bepaalde routines. Juist succesvolle ondernemers zijn vaak sterk gehecht aan de werkwijze waarmee ze die eerste groei hebben gerealiseerd. Maar wat gisteren werkte, werkt niet vanzelfsprekend morgen. Het vasthouden aan oude patronen kan groei juist belemmeren. Van Nistelrooij en Kuhlmann spreken in dit verband over ‘positionele reflexiviteit’: het vermogen om jezelf te herkennen als onderdeel van het probleem dat je probeert op te lossen. Oftewel: hoe hou jij zelf – vaak onbewust – het patroon in stand dat je probeert te veranderen?
Feedback als fundament
Een van de krachtigste instrumenten voor duurzame verandering is een goed functionerend feedbacksysteem. Niet in de vorm van beoordelingsgesprekken of anonieme enquêtes, maar als levend onderdeel van de samenwerking. Feedback is niet alleen een manier om prestaties te verbeteren, maar vooral een middel om betekenis te geven aan wat er speelt. Het maakt blinde vlekken zichtbaar, zorgt dat verwachtingen onderling worden uitgesproken en verandert weerstand in een signaal, niet een probleem. Dat betekent dat je actief moet investeren in het ontwikkelen van een feedbackcultuur. Hun eigen kritische tegenspel organiseren. Een cultuur waarin het normaal is om elkaar aan te spreken, waarin verschillen van inzicht bespreekbaar zijn, en waarin nieuwe collega’s zich uitgenodigd voelen om mee te bouwen aan de organisatie.
Nieuwe medewerkers als bron van vernieuwing
Juist nieuwe werknemers brengen frisse perspectieven (zgn. ‘friskijkers’) en kunnen helpen om bestaande aannames en gewoontes ter discussie te stellen. Mits ze daartoe worden uitgenodigd. In veel organisaties zien we dat nieuwe mensen zich aanpassen aan de bestaande cultuur, in plaats van dat ze bijdragen aan het vernieuwen ervan. Dat is zonde, want het sluit de deur voor vernieuwing. Betrek nieuwe collega’s dus actief in reflectiegesprekken: wat valt hen op? Welke vragen durven zij (nog) te stellen die anderen allang niet meer stellen? Het antwoord op die vragen kan het begin zijn van waardevolle veranderingen.
Organiseren versus organisatie
Een ander belangrijk onderscheid dat ondernemers kunnen maken, is dat tussen ‘organisatie’ en ‘organiseren’. Waar ‘organisatie’ vaak verwijst naar structuur, gaat ‘organiseren’ over het proces van samenwerken. Het is iets dat voortdurend gebeurt, opnieuw moet worden afgestemd en dat gebaat is bij aandacht en zorg.
Groei vraagt om een focus op ‘organiseren’: hoe zorgen we ervoor dat we met meer mensen nog steeds een effectief samenspel hebben? Hoe houden we de lijnen kort, de sfeer goed en de betrokkenheid hoog? Het antwoord blijft: door interacties
Wanneer een verandering stroef verloopt, is het verleidelijk om te denken dat mensen ‘niet meewerken’. Maar wat als datgene wat we weerstand noemen, in werkelijkheid een vorm van betrokkenheid is? Wat als de kritische vragen, twijfels en aarzelingen juist aanwijzingen zijn voor wat er echt leeft in de organisatie?
In een sociaal-adaptieve veranderaanpak staat niet het overtuigen centraal, maar het onderzoeken. De manier waarop we spreken over gedrag doet ertoe. Wie spreekt over ‘weerstand’, creëert een tegenstelling tussen voor en tegen, waarmee mensen onbewust in kampen worden verdeeld. Maar wie spreekt over ‘tegenspel’, opent ruimte voor gesprek, onderzoek en andere perspectieven.
Tegenspel laat zien waar betekenisgeving nog ontbreekt, waar mensen zich zorgen maken of moeite hebben om zich te verbinden met de verandering. Die frictie serieus nemen is cruciaal: juist daar zit de sleutel tot collectieve reflectie en vernieuwing. Tegengeluid moet genoeg ruimte krijgen. Niet om te corrigeren, maar om te begrijpen.
Dat vraagt om psychologische veiligheid. Een werkomgeving waarin mensen zich vrij voelen om twijfels en alternatieven te uiten, zonder angst voor repercussies. Want overal waar hetzelfde wordt gedacht, wordt niet meer nagedacht. Verschil is niet lastig, het is noodzakelijk. En tegenspel is daarin geen vertragende factor, maar een noodzakelijke versneller van inzicht.
Wie leert luisteren naar dat tegenspel – ook als het schuurt – vergroot het generatieve vermogen van de organisatie: het vermogen om samen betekenis te geven, richting te vinden, en tot gedragen verandering te komen. Veranderen begint dus niet met het veranderen van anderen, maar met het herzien van je eigen beelden, aannames en taal.



